Cindy woont sinds 2002 op de Thomsonlaan met haar man en drie zonen. ‘Het is het oude huis van de opa en oma van mijn man. Onze geschiedenis met deze buurt gaat dus ver terug.’ Monique is een geboren en getogen Hagenees en woont sinds 2007 in de Populierstraat.
Beiden gaven zich op voor het Burgerberaad omdat ze het belangrijk vonden zich ergens te vertegenwoordigen namens een groep. Monique: ‘ik geloof heel erg in het belang van burgerparticipatie. In de kennis van bewoners uit de praktijk boven alleen maar theoretische plannen.’ Cindy merkte bovendien dat nu haar zonen in de puberleeftijd zijn er wel erg weinig voor hen te doen is in de buurt. ‘Het leek me belangrijk om dat in te brengen in het beraad.’
Beiden zijn positief over het proces. Cindy: ‘het was heel interessant om mee te maken. Zorgvuldig georganiseerd met leuke werkvormen. En met de Europese School als goede gastheer, waar uitstekend voor ons is gekookt. Het was mooi om te zien dat er saamhorigheid ontstond tussen de deelnemers.’
Monique: ‘Dat ging tot borrels na afloop aan toe. We vormden vanuit verschillende ideeën en belangen samen een heel prettige groep.’ Er kwam meer begrip voor elkaars standpunten. Cindy: ‘ik werd bijvoorbeeld direct aangesproken op mijn idee om meer plekken voor pubers te creëren door iemand die daardoor juist overlast ervoer. Uiteindelijk sta je niet zover van elkaar af, want diegene begrijpt dat pubers er nu eenmaal zijn en een plek nodig hebben en ik wil natuurlijk ook geen overlast.’
Monique vult aan: ‘in mijn omgeving was er van tevoren best wat scepsis. Zo van de gemeente heeft allang bedacht hoe het moet en dit is zonde van je tijd. Ik merkte al snel dat er zoveel tijd en moeite in was gestoken door de gemeente om tot een echt gesprek te komen. Ik vond dat indrukwekkend. Het werd heel goed begeleid door bureau EMMA en door de deskundigen vanuit de gemeente. Er waren ook duidelijke spelregels over hoe met elkaar om te gaan.’
De plannen gingen van out of the box naar realistisch. Cindy: ‘bij de eerste sessie begonnen we met brainstormen en ontstonden er grootse en wilde plannen. Gedurende het proces merk je dat het dan toch steeds wat bijstelt. De uiteindelijke plannen zijn helemaal niet zo spannend. En volgens mij is dat ook goed, want dat is denk ik precies waar we behoefte aan hebben.’
De deelnemers waren onderdeel van verschillende denkgroepjes en wisselden daar soms ook in. Monique zat grotendeels in het groepje ‘smalle straten’ en Cindy bij ‘brede straten met een middenberm’.
Bij de tweede sessie gingen de deelnemers in groepjes wandelen door de buurt. Dat zorgde voor een andere blik. Monique vertelt: ‘ik zat bij de wandeling in de parkeergroep. Dan bedenk je heel makkelijk: we willen meer fietsen en minder auto’s en daarom gaan we fietsnietjes neerzetten. Maar als je rondloopt zie je dat niemand zijn fiets daar netjes tegenaan plaatst en dat het meer op een fietsenkerkhof lijkt. De praktijk pakt dus heel anders uit. Dat leidt soms tot andere keuzes in het advies.’
Cindy vult aan: ‘na de wandeling werden we er ons bewust van dat de buurt eigenlijk best een aantal bijzondere plekken heeft. Toen is de groep ‘bijzondere plekken’ erbij gekomen. Daar zitten echt heel leuke, goede ideeën tussen die ook wat meer uitdagend zijn voor de gemeente, maar waarvan ik echt hoop dat die erdoor komen.’
Tijdens de derde bijeenkomst kwamen meer dan 100 buurtbewoners langs om de plannen te bekijken. ‘Hun inbreng is allemaal opgeschreven, gewogen en meegenomen,’ aldus Cindy. ‘De participatie was dus groter dan alleen de mensen die deelnamen aan het burgerberaad. Het was goed om te merken dat ook de buurtbewoners die langskwamen niet alleen hun eigen tuintje zaten te verdedigen, maar bereid waren om groter te denken.’
Beiden zijn tevreden over het advies dat er uiteindelijk uit is gekomen. ‘Het moet wel reëel zijn. Je wil een ontwikkeling naar meer groen en minder auto’s, maar je moet ook rekening houden met verschillende wensen en achterbannen. Ik heb het idee dat we daar goed in gemiddeld hebben,’ aldus Monique.
Cindy beaamt dat: ‘we hebben een realistisch plan, waar veel mensen zich in zullen kunnen vinden.’
Het advies ligt er, nu gaat een schrijfgroep aan de slag met de laatste puntjes op de i. Cindy is een van de schrijvers: ‘vanuit het bureau is puur een feitelijke opsomming gemaakt van wat er is gezegd. Wij willen daar een inleiding bij maken die duidelijk antwoord geeft op de vraag die de wethouder heeft gesteld en in sommige gevallen wat meer duiding geven bij de feiten. Maar we gaan natuurlijk geen eigen sausje over het advies gooien, want dat ligt vast.’
Beiden zijn benieuwd naar het verdere proces en roemen de grote betrokkenheid van alle deelnemers. ‘We zullen ook zeker aanwezig zijn bij de bespreking in de gemeenteraad.’